De sardine is populair
Waarom zit er niet gewoon altijd sardine in? Het simpele antwoord: omdat er niet genoeg sardine was. In de jaren ’70 en ’80 werd er massaal gevist op sardine, vooral in Europa. De vangsten kelderden, maar de vraag naar sardine in blik bleef.
En dus gingen landen improviseren. In Canada stopten ze haring in het blikje. In Australië namen ze de elft. En in Peru werd ansjovis een sardien genoemd. Dus besloot het bestuur van de Codex Alimentarius Commission, het te standaardiseren.
Deze Codex is het ‘voedselboek’ dat internationale (gezondheids- en veiligheids)normen voor voedselproducten vaststelt. Het zijn geen wetten, maar wel wereldwijde afspraken waar de meeste landen zich aan houden.
Vissen naar het lab
Noorwegen was destijds voorzitter en stelde voor om vast te leggen welke vissen officieel als sardine verkocht mochten worden. Tussen 2006 en 2010 konden landen hun eigen ‘sardientjes’ opsturen naar een Noors laboratorium.
Daar werd gekeken: lijkt deze vis qua smaak en structuur genoeg op een sardine? Alle visjes die deze test doorstonden kregen een plekje op de officiële lijst. En zo konden er ineens twaalf vissoorten als sardine verkocht worden.





